The Fat Duck: een diner waar we al jaren over praten
Sommige restaurants zet je op een lijstje voor ooit. En dan zijn er restaurants die jarenlang terugkomen in gesprekken, documentaires, YouTube-video’s, kookboeken en dagdromen. The Fat Duck was voor ons zo’n restaurant.
Ik weet eigenlijk niet meer precies wanneer we er voor het eerst over begonnen, maar het is inmiddels jaren geleden. Het was zo’n plek waarvan we steeds zeiden: “Ooit.” En toen gingen we trouwen. Van vrienden en familie kregen we onder andere ponden cadeau, met het menu van The Journey van The Fat Duck erbij. Toen we later in het jaar onze vakantie naar Engeland gingen plannen, stond dat “ooit” gewoon in onze agenda. Of nou ja, gewoon… Het was nog niet zo makkelijk om een tafeltje te bemachtigen, maar het lukte!
Wat maakt The Fat Duck zo bijzonder?
The Fat Duck ligt in het kleine dorpje Bray, op nog geen uur van Londen. Het restaurant werd in 1995 geopend door Heston Blumenthal, die inmiddels wordt gezien als een van de meest invloedrijke chefs ter wereld. Wat ik zo fascinerend vind aan Heston is dat hij veel verder kijkt dan eten alleen. Hij is niet alleen geïnteresseerd in smaak, maar vooral in hoe wij smaak ervaren. Hoe geluid invloed heeft op wat je proeft. Hoe herinneringen smaken kunnen versterken. Hoe verwachtingen je hersenen sturen. Zijn gerechten gaan daardoor vaak niet alleen over ingrediënten, maar ook over verhalen, emoties, nostalgie en verwondering.
The Fat Duck is dan ook geen restaurant waar je simpelweg gaat eten. Je stapt een wereld binnen. En dat voelde ook echt zo!
De eetzaal
Het is hier nog heel leeg omdat wij lekker vroeg aan tafel zaten. Later op de avond zat het uiteraard vol met gasten.
Het eerste wat ons opviel toen we binnenkwamen, was hoe rustig alles was. Geen kunst aan de muren, geen decoratie, een achtergrondmuziek. Oftewel: niets dat je aandacht opeist.
Alle aandacht gaat naar wat er op tafel gebeurt. Zelfs het licht bleek onderdeel van de ervaring. Gedurende de avond veranderde de verlichting subtiel mee met de verschillende hoofdstukken van het menu. Niet zo opvallend dat het afleidde, maar precies genoeg om de sfeer ongemerkt te sturen. Alsof je langzaam van ochtend naar middag, van avond naar nacht werd meegenomen. En dat was natuurlijk precies de gedachte erachter.
Het menu: The Journey
Wat ik misschien wel het leukste van de hele avond vond, is dat je bij The Fat Duck niet simpelweg een menu eet. Je eet een verhaal. Het menu heet niet voor niets The Journey. Geen losse gerechten, geen parade van technische hoogstandjes, maar een reis door een dag. Van wakker worden tot dromen, van ontbijt tot bedtijd. Bij binnenkomst kregen we een kaartje waarop die reis letterlijk stond uitgetekend. Ontbijt. Zee. Bos. Avondeten. Slapen. Dromen.
Ik dacht vooraf een beetje: leuk bedacht, kan ook een gimmick zijn. Maar naarmate de avond vorderde, merkte ik dat het veel meer was dan een grappig thema. Alles was erop ingericht om je echt mee te nemen in dat verhaal. Niet alleen de gerechten, maar ook de sfeer, de presentatie, de uitleg en zelfs het licht in de ruimte. Dat werkte ontzettend goed en het zorgde er ook voor dat we helemaal in een bubbel zaten.
De amuses
Voordat de reis officieel begon verschenen er drie amuses op tafel.
Het eerste hapje werd aan tafel bereid. Het zag eruit als een klein wit wolkje. Een soort meringue-achtig bolletje dat zo licht was dat je bijna bang was dat het weg zou waaien. Zodra je het in je mond stopte gebeurde er iets heel vreemds: het verdween vrijwel direct. Niet kauwen, niet bijten, niet echt een structuur. Het loste simpelweg op. Alsof je een smaak at in plaats van een hapje. Héél raar, wél heel erg lekker.
Daarna volgde een prachtig rood bolletje. De buitenkant had iets van biet en de vulling was romig en fris, volgens mij met geitenkaas. Ook dit verdween bijna direct in mijn mond toen ik erop wilde kauwen.
Het derde hapje was een klein groen gerechtje. Groene kruiden, groene tonen, groene smaken. Wat er precies allemaal in zat weet ik eerlijk gezegd niet meer. Het smaakte fris en levendig. Het was een mooi contrast met de twee hapjes ervoor.
Ontbijt: warm én koud tegelijk
Pillow Puffs 😉
De eerste halte van de reis was ontbijt. We begonnen met de beroemde Hot and Iced Tea. Het ziet eruit als een klein kopje thee, niks raars aan. Maar dan… je neemt een slok thee en tegelijkertijd ervaar je warm én koud. Mijn hersenen deden even een korte reboot. Willem en ik keken elkaar aan en moesten meteen lachen. Dit was zó raar. Elk slokje was warm en koud door elkaar heen. En het smaakte ook nog eens heel lekker, als een zachte, zoete iced tea.
Daarna verschenen er kleine doosjes ontbijtgranen op tafel. We kregen allebei de opdracht om een “cereal” uit te kiezen en die in een kommetje met wat eruitzag als yoghurt te doen.
En die yoghurt bleek natuurlijk helemaal geen yoghurt te zijn. Het was een eierparfait die de smaken van een Engels ontbijt in zich droeg. De ontbijtgranen bleken op hun beurt ook geen ontbijtgranen, maar krokante elementen die deden denken aan bacon, toast en andere ontbijtklassiekers.
Het resultaat was vrij verwarrend op de best mogelijke manier. En belangrijker: de smaken waren fantastisch. Romig, zacht, crunchy, hartig, zout – heerlijk.
Sound of the Sea
Ik heb nog nooit in een restaurant gegeten met een koptelefoon op!
Na het ontbijt verhuisden we naar zee. De eerste gang in dit hoofdstuk was Crab and Passion Fruit ’99. Een gerecht dat geïnspireerd is op een ijsje uit Hestons jeugd. Alleen zat er geen ijs in, maar krab, passievrucht en allerlei frisse, tropische smaken. Een heel intens ijsje, met een krabsmaak waar je U tegen zegt. Is het een ijsje dat ik uit zou kiezen bij de ijssalon – absoluut niet. Was het een verrassend hapje – JA.
Dit was vooral de opmaat naar het beroemdste gerecht van de avond.
Sound of the Sea.
Op tafel verscheen wat eruitzag als een klein strandlandschap. Schelpen, “zand”, zeegroenten en vis. Tegelijkertijd kregen we allebei een koptelefoon. “Zet deze maar op.” Uit de schelp klonken meeuwen, golven en strandgeluiden.
Dit kan een beetje als een kermis aanvoelen, dat vond ik vooraf eerlijk gezegd ook. Maar het bizarre is: het werkt. Het gerecht smaakte daadwerkelijk meer naar zee terwijl ik naar die geluiden luisterde. Alsof mijn hersenen volledig overtuigd waren dat ik ergens aan de kust zat in plaats van in een restaurant in Berkshire. De smaken waren intens en alsof ik de zee aan het eten was, maar dan daadwerkelijk lekker. Fijne texturen (crunchy ‘zand’, zachte vis, knapperige groenten), ziltig, en Willem en ik waren samen op Terschelling tijdens dit diner. Zo cool.
A walk in the woods
Vervolgens verhuisden we naar het bos. Black Truffle, Beetroot and Oak was een wandeling door een herfstbos in eetbare vorm. Op tafel verscheen niet alleen een bord met eten, maar een compleet tafereel. Naast het gerecht stond een glazen vaas gevuld met mos, takjes, een boompje en andere boselementen. Uit die vaas kwam een subtiele rook vrij met de geur van petrichor. Petrichor is de geur die vrijkomt wanneer regen op droge aarde valt. Die typische geur die je soms ruikt na een zomerse bui en waarvan je denkt: ahhh, het heeft geregend. Terwijl we aten, hing die geur voortdurend om het gerecht heen.
Op het bord lagen ingrediënten die op papier misschien niet direct spectaculair klinken: biet, truffel en eikenhout. Aardse smaken. Houtachtige tonen. Geuren die deden denken aan natte bladeren en bosgrond.
En alsof dat nog niet genoeg was, zaten er ook meelwormen in het gerecht verwerkt.
Dat klinkt misschien als iets uit een televisieprogramma waarin kandidaten opdrachten moeten uitvoeren, maar als ik het niet zo duidelijk had gezien, had ik het waarschijnlijk niet eens doorgehad. De meelwormen voegden vooral een nootachtige smaak en wat extra textuur toe. Het paste heel goed binnen het hele bos-thema van het gerecht.
Deze hele aardse smaken waren voor mijn persoonlijke smaak een béétje too much, maar ik vond het wel interessant.
Dinner time
Langzaam verschoof de reis richting avondeten. Voor het hoofdgerecht kregen we Beef Royal geserveerd. Een gerecht dat er op het eerste gezicht verrassend klassiek uitzag voor een restaurant als The Fat Duck. Geen rookwolken, geen koptelefoons, geen gekke trucs. ‘Gewoon’ prachtig bereid rundvlees met allerlei begeleidende elementen die samen een ontzettend rijk en gelaagd geheel vormden. Het vlees zelf was boterzacht en perfect gegaard. Zo’n stuk vlees waarbij je mes eigenlijk nauwelijks nodig is. Daarbij kwamen diepe, hartige smaken. Wat ik heel erg kon waarderen was dat er een echt hoofdgerecht bij zat dat ook wat groter was van formaat. Vaak bij dit soort grotere menu’s krijg je niet écht een hoofdgerecht, omdat alles vrij klein is gehouden. Dat was hier goed gedaan.
Daarna volgde Cheese and Grapes, wat vrij eenvoudig klinkt. Je denkt: we krijgen een kaasplankje. Maar natuurlijk was het bij The Fat Duck niet zo simpel. Het bordje leek blauwe kaas en druiven te zijn, maar dat was het niet. Het was een semifreddo (dat lijkt op ijs maar is minder koud) gemaakt van een aantal brie soorten met truffel. En de druiven waren meloen en ook wel daadwerkelijk één druif.
Counting Sheep
Inclusief babypoeder!
En toen werd het tijd om te gaan slapen, tenminste, binnen het verhaal van The Journey. Voor deze gang kregen we allebei een slaapmasker. De instructie was simpel: opzetten en pas afdoen als je een slaapliedje hoort. Dus daar zaten we dan. In een driesterren-Michelinrestaurant. Met een slaapmasker op.
Toen we de lullaby hoorden, deden we onze maskers af. En daar verscheen het schattigste gerecht van de avond.
Voor ons stond een klein zwevend kussentje met daarop een pre-dessert. Letterlijk zwevend. Op het kussentje lagen een soort zachte schuimpjes met lavendelsmaak. Op onze borden was het dessert gepresenteerd in organische vormen en in zachte kleuren. De bediening strooide ook nog daadwerkelijk een laag “babypoeder” over het dessert heen.
Qua smaken was dit wel een van de meest toegankelijke gerechte van de avond. Waar sommige eerdere gangen vooral draaiden om verrassing en verwarring, voelde Counting Sheep juist warm en vertrouwd. Romige schapenmelk, zachte vanille, honing en gekarameliseerde appel zorgden voor smaken die bijna troostrijk aanvoelden.
Het was geen dessert waarbij ik dacht: wow, wat een bizarre smaakcombinatie. Wel gebeurde er van alles, zoals de lepel met het schapenvachtje eromheen, het slaapliedje, het babypoeder. En de smaken, zo zacht en warm, ik vond het geweldig.
Like a Kid in a Sweetshop
Er volgde nog één laatste verrassing. Terwijl de ruimte langzaam veranderde naar paars en roze licht, verscheen er ineens een compleet huis aan tafel. Niet een schaal met desserts of een plateau met friandises, maar een miniatuur snoepwinkel, een echt gebouwtje, compleet met etalages, ramen en een voordeur. Dit bleek Heston’s Originals te zijn, een knipoog naar de ouderwetse snoepwinkels uit zijn jeugd.
Toen het huisje werd geopend, kwamen er allemaal kleine laatjes en vakjes tevoorschijn. In elk laatje zat weer een andere zoetigheid verstopt. Het voelde alsof we als kinderen in een geheime snoepvoorraad mochten neuzen.
Er was een Tobacco Chocolate: chocolade met de smaak en geur van tabak. Niet alsof je een sigaret aan het eten bent gelukkig, maar meer de geur van een ouderwetse tabakswinkel. Warm, kruidig en verrassend lekker. Een van de leukste vond ik de speelkaart. Een Queen of Hearts speelkaart die volledig eetbaar bleek te zijn. Op het eerste gezicht leek het een klein kaart uit een kaartspel, maar het was eigenlijk een flinterdun gebakje van witte chocolade met een fruitige vulling. Ook kregen we een karamelsnoepje, waarbij het papiertje eromheen eetbaar was. Dus waar je normaal gesproken eerst een snoepje uitpakt, kon je hier gewoon het hele pakketje in je mond stoppen. En dan was er nog de Beef Chocolate. Een chocolaatje waarin daadwerkelijk rundvlees was verwerkt. Dat klinkt eerlijk gezegd als iets wat helemaal niet zou moeten werken en toch werkte het verrassend goed. Zoet, hartig, chocoladeachtig en umami tegelijk.
Conclusie The Fat Duck
Ik heb na afloop best even moeten nadenken over hoe ik deze avond moest samenvatten. Was dit het lekkerste diner dat ik ooit heb gegeten? Dat weet ik eigenlijk niet. Maar was dit de meest bijzondere restaurantervaring die ik ooit heb gehad? Absoluut.
Wat The Fat Duck voor mij zo bijzonder maakt, is dat het zo ontzettend veel verder gaat dan eten. Natuurlijk was het eten geweldig, sommige gerechten waren echt belachelijk lekker. Maar wat me vooral bijblijft, zijn de verhalen, de momenten en de verwondering. De thee die tegelijkertijd warm en koud was. De zeegeluiden tijdens Sound of the Sea. De geur van petrichor bij het bostafereel. Het slaapmasker. Het zwevende kussentje. Het snoephuisje.
Wat ik ontzettend leuk vond was dat spelen, verwondering, plezier en gekkigheid zo centraal stonden. Over verrast worden en een beetje in de maling genomen worden. En ik denk dat dat tricky is, want het kan ook snel teveel zijn, of afleiden van waar het echt om gaat en dat is goed eten. Maar hier werd het perfect gebalanceerd en dat was echt geweldig.
Wat kost dat?
Laten we daar gewoon eerlijk over zijn: goedkoop is het absoluut niet. Wij kozen voor ‘The Journey’ met bijpassende pairings. Ik had de alcoholvrije pairing en Willem de wijnpairing. Alles bij elkaar waren we iets meer dan £1.000 kwijt voor twee personen.
Dat is natuurlijk ontzettend veel geld voor een diner, daar hoeven we niet ingewikkeld over te doen.
Op het moment van schrijven kost *The Journey* ongeveer £325 per persoon. De wijnpairing kost rond de £225 per persoon en de alcoholvrije pairing rond de £175 per persoon. Je kan op de website van The Fat Duck alle prijzen vinden.
Wat ik heel fijn vond, was dat er geen extra’s meer bijkwamen. In de wijnpairing zat al een glas champagne als aperitief, en de thee/koffie met friandises zat ook in het menu. Je kan het natuurlijk nog veel gekker maken, maar ik vond het heel prettig dat daardoor de bon niet maar bleef oplopen – dat is me vaak zat gebeurd in sterrenrestaurants. Dan is een kop koffie met friandises €25, een glas champage nog eens €25 en met z’n tweetjes zit je dan alweer op €100 extra. Dat dat hier niet zo was en dat je daardoor beter weet waar je qua kosten aan toe bent, kon ik wel waarderen!