Klik hier voor twee weken toegang tot de beste structuur- en focusworkshops voor €5

Wat ik leerde door reizen

Laten we wel wezen: ik ben geen avontuurlijke wereldreiziger die met een rugzak de rimboe verkent. Oké, ik héb dat weleens gedaan (en ik vond mijn fietstocht door Noord-Vietnam ook best wel avontuurlijk), maar over het algemeen ben ik een wat meer ‘geplande’ reiziger die graag in een gespreid bedje slaapt. Dus, dat voorop gesteld. Maar dat betekent niet dat ik  in de tien jaar dat ik regelmatig op pad ben niks geleerd heb! Door alle reizen die ik maakte, zowel kort als lang, heb ik heel veel geleerd. Algemene dingen, maar ook dingen over mezelf. Die deel ik graag vandaag met je.

Leestijd

1. Alles komt altijd goed

Zoals ik al zei: ik ga niet vaak onvoorbereid op reis en ik ben ook geen backpacker, maar ook tijdens ‘gewone’ reizen kan er nog van alles misgaan. Vertraagde vluchten, werk dat toch ineens tussendoor kwam terwijl ik geen internet had, ziek worden op reis, een gestolen huurauto, geannuleerde vluchten, ongedierte, bestolen worden, een pinautomaat die je pinpas inslikt: gedoe. Gedoe waar je zeker als je op vakantie bent echt niet op zit te wachten. Het veroorzaakt dan ook flink wat stress, het kost tijd of iets is gewoon simpelweg kut.

Maar: alles komt altijd goed. Linksom of rechtsom. Het is een mega cliché, maar het is echt zo. Uiteindelijk kom je gewoon gezond en wel weer thuis en heb je alles overleefd en blijkt er eigenlijk niet zoveel aan de hand. Hoe vaker er op reis iets mis gaat hoe relaxter ik er mee om leer gaan. In het dagelijks leven gaat er ook zoveel mis, dus op reis gebeurt dat ook. Het is wat het is.

2. Eet zoveel mogelijk lokaal

Kookworkshop in Chiang Mai

Tijdens mijn eerste vakanties naar het buitenland op mijn achttiende vond ik het heel spannend om ‘lokaal’ te eten – en dan te bedenken dat ik gewoon in Spanje was. Door de jaren heen ben ik juist het eten op reis zo gaan waarderen. Sterker nog, ik vind het een van de leukste dingen als ik op pad ben. Als ik ver weg ga, check ik vooraf wat de lokale keuken inhoudt en waar je precies het beste kan eten. In Thailand en Vietnam vond ik dat denk ik het allerleukst: daar aten we op straat voor een paar euro de lekkerste dingen! Natuurlijk check je dan wel goed welke kraampjes druk zijn en waar het er schoon en fris uitziet, maar het is zó leuk en ontzettend lekker.

Ook iets wat ik vaker wil doen: een kookworkshop. Dat deden Willem en ik in Chiang Mai in Thailand en daar heb ik zoveel geleerd! Het was gewoon ontzettend leuk en ik zal die recepten nooit vergeten.

3. Laat de Nederlandse 'gezelligheid' soms los

Ik ben dol op dat knusse Nederlandse. Op gezellige pleintjes, smalle steegjes in oude steden, sfeervolle restaurants, mooie terrassen. Ook wel hygge. Dat heb je op heel veel plekken in de wereld gewoon bijna niet. In Amerika (waar ik in Chicago en New York ben geweest) vond ik het in het begin echt matig dat je niet dat gezellige hebt wat je in veel Europese steden vind. Smalle straatjes waar je in kan verdwalen, mooie pleinen – dat soort dingen. In Vietnam en Thailand heb ik het nergens gevonden en aten we de lekkerste gerechten in restaurantjes die eruit zagen als een vervallen schuur – een plek die je in Nederland niet eens zou overwegen als je op zoek zou zijn naar lekker eten. Op sommige locaties wordt het gewoon niet ‘hygge’. Omdat ik daarvan houd, vind ik dat lastig, maar ik heb het geleerd los te laten. Die plekken hebben dan weer zóveel andere dingen die wij in Nederland niet hebben.

4. Leef in het nu

Mindfulness probeer ik in het dagelijkse leven erg te beoefenen: in het nu leven. Dit is wat er is, bezig zijn met dit moment en niet met morgen, gisteren, volgende week of gepieker en gestres. Lukt heus niet altijd.

Op reis is dat soms wel een uitdaging, omdat je veel bezig bent met ‘wat gaan we hierna doen’. Ik maak weinig lange reizen en daardoor was ik vaak heel snel bezig met ‘oh nee, we hebben nog maar drie dagen, het is bijna voorbij!’ waardoor ik helemaal niet meer genoot. Of ik was alleen maar bezig met filmen en foto’s maken en zag ik alles niet eens écht goed. Wat voor mij heel goed werkt om op reis ‘in het moment’ te zijn is door ten eerste niet téveel te plannen. Ik krijg daar stress van en ik kan dan niet genoeg ‘opladen’ om echt te genieten van alles. Daarnaast herinner ik mezelf er gewoon vaak aan: hey, je bent hier NU. Kijk om je heen!

5. Het hoeft niet avontuurlijk of spannend of álles

Je merkt het al in het begin van mijn blogpost: ik verontschuldig me bijna voor het feit dat ik een blog schrijf over reizen terwijl ik geen avonturier of backpacker of wereldreiziger ben. Ik vind mezelf eigenlijk geen ‘echte reiziger’ omdat ik niet met een rugzak en machete door het oerwoud loop of doordat ik niet weken achter elkaar reis.

Door de jaren heen leer ik steeds beter dat ik mag reizen op mijn eigen voorwaarden. Ik hoef niet te voldoen aan verwachtingen van andere mensen. Zo deelde ik in New York een instagrampost dat ik in bed op mijn hotelkamer aan het lezen was, omdat ik het niet trek om zeven dagen de hele dag op pad te zijn in zo’n drukke stad. Ik hóud van die stad, maar ik heb dat terugtrekken ook nodig. In Thailand hadden Willem en ik eerst het plan om alles open te laten, uiteindelijk planden we de reis toch een beetje omdat ik dat prettiger vond: ik vond dat ook echt leuker en ik werd onrustig van het idee dat we geen slaapplek hadden geregeld. Ja, dat kan heel goed in Thailand, maar ik vind het gewoon niet leuk. Dan maar íets minder spontaniteit. Anderen vinden dat misschien saai, of voorspelbaar. Dat maakt mij niet uit: ik heb er een leukere, fijnere reis door.

Dus of ik nu een week boeken lees, wijn drink en binnenzit op Terschelling of dat ik een beetje ga struinen door New York en me af en toe terugtrek: ik doe dat graag en het is mijn manier van reizen of vakantie ‘vieren’. Dat is goed! Als ik af en toe iets doe wat buiten mijn comfort zone is, houd ik ook die balans voor mezelf. Zoals dit jaar het racefietsen in Spanje.

En: je kan niet álles doen. Ik ga vaak terug naar huis met wat dingen op mijn lijstje die ik wel wilde doen, maar niet heb gedaan. ‘Vroeger’ kon ik daar erg van balen. Nu denk ik gewoon: prima, ik heb toch een fijne tijd gehad? Ik doe meer waar ik écht zin in heb op reis.

6. De reis zelf is eigenlijk altijd prima

Ik kon ‘vroeger’ enorm stressen over de reis zelf. Dus: het van A naar B komen. Zeker als er een lange vlucht mee gemoeid was, kon ik er verschrikkelijk tegenop zien. Tegen het wachten, het ‘gedoe’ op de vliegvelden, tegen nog meer wachten en tegen álles wat er wel niet mis kon gaan. Dagen van tevoren had ik al buikpijn.

Nu weet ik: het is echt niet zo erg. Ik zie het nu meer als tijd om lekker te lezen. Of om werk af te maken. Heerlijk! Ik zorg dat ik me goed voorbereid met toffe boeken, een iPad vol series en films, fijne muziek, een goede koptelefoon, comfortabele kleding en genoeg eten. Ik vermaak me dan echt úren (of dagen, als het moet) prima. Het helpt voor mij ook om genoeg tijd te nemen voor de hele rambam op vliegvelden. Ik ben liever drie uur vooraf op een vliegveld dan twee. Wachten vind ik niet erg. Liever wachten dan stressen.

Natuurlijk is niet elke vlucht of elke reis even comfortabel of fijn, maar als ik me op deze manier voorbereid, is het meestal helemaal niet vervelend.

7. Je bent zo weer thuis

Op een fantastisch leuke reis is dit een herinnering om zoveel mogelijk in het moment te zijn en te genieten, want: voor je het weet is het voorbij! Op een minder leuke reis is het een herinnering dat het zo weer voorbij is en dat ik dus ook zo weer thuis ben. Er is geen probleem.

Dit zijn wel mijn grootste lessen. Zoals je merkt: praktische dingen die echt met het reizen te maken hebben, maar ook dingen die meer van toepassing zijn op het hele leven, ook buiten de reizen om. Reis jij weleens, en wat heb jij daarvan geleerd?


Cynthia Schultz

Ik ben Cynthia Schultz en Cynthia.nl is mijn blog! Ik ben gek op eten, reizen, beauty, interieur, lezen, gadgets en daar blog ik over. Lees hier meer over mij.