1. De hoeveelheid eten
Zelfs in een slaperig stadje aan de kust vonden we moeiteloos veel heel goede restaurantjes, zoals deze patisserie
Eten is o-ve-ral. Kijk, ik ging grotendeels naar Japan voor het eten, maar ik had niet verwacht dat er zo ongelooflijk veel aanbod zou zijn. Niet normaal. Je denkt ‘op elke straathoek zit een leuk eettentje,’ – nee, in steden zit op elke 5 meter een leuk eettentje en dan ook nog in verdiepingen, want er zijn veel malls en verzamelgebouwen. Overal is eten. Overal. Je hoeft niet echt te zoeken naar wat te eten zeg maar, je loopt er gewoon tegenaan.
We zijn ook buiten de steden geweest en zelfs in dorpjes kan je op veel plekken wel wat te eten vinden. Ook in een slaperig dorpje zit wel een noedelrestaurantje (waar je dan gewoon bizar lekker zit te eten).
2. De konbini en hoe geweldig die zijn
Ik kende de convenience stores van Thailand, maar de konbini in Japan zijn echt weer een heel ander niveau. Konbini zijn eigenlijk een soort kleine supermarktjes met een breed aanbod, van gekoelde drankjes en eten (ook opgewarmde maaltijden) tot paraplu’s en stationery.
Naast dat het handige winkeltjes zijn waar wij elke dag wel even kwamen voor wat te drinken of eten, zitten ze overal. Net als hoe ik verrast was door de enorme hoeveelheid restaurants en eetgelegenheden was ik verrast door de enorme hoeveelheid konbini. In grote steden zitten ze om de paar meter (je snapt niet hoe dat kan), in minder dichtbewoonde gebieden zitten ze vooral langs de weg tussen dorpen en steden in (en dan zijn er ook vrij veel).
Het is gewoon zo handig dat de meeste konbini 24/7 open zijn, dat ze een steady aanbod hebben en dat ze redelijk goedkoop zijn.
3. Hoe ontzettend beleefd 'iedereen' is
De beleefdheid van Japanners. Wow. Goed, ik scheer nu elke Japanner over één kam, daar ben ik me bewust van, maar mijn algehele ervaring in Japan was dat de meeste mensen zo ontzettend vriendelijk zijn, en in horeca en winkels ontzettend servicegericht.
Al verstonden we elkaar vaak nauwelijks, we zijn op zóveel plekken geweest waar mensen zó behulpzaam waren. En echt niet alleen in duurdere hotels, ook bij de Starbucks, in de konbini, op het vliegveld, in het openbaar vervoer. Ik vind de buiging die gemaakt wordt na een vraag of het verlenen of ontvangen van een dienst ook echt prachtig.
En: iedereen houdt zo mooi rekening met elkaar. Daarmee kom ik op het volgende punt.
4. De stilte en hoe schoon het overal is
Iedereen houdt rekening met elkaar en (mede) daardoor is het overal stil en schoon. Op straat is het stiller dan je denkt. Toen we net aankwamen in Tokio liepen we op het midden van de dag door de stad en het was letterlijk muisstil. Alsof het 3 uur ’s nachts was. In de trein of in de metro heb ik nooit meegemaakt dat mensen luid aan het kletsen waren of aan de telefoon waren. Iedereen is minding their own business en het is stil en rustig.
En: schoon. Er ligt nergens afval. En dat is best bijzonder, want er zijn ook bijna nergens prullenbakken. Weer een kwestie van rekening met elkaar houden en je afval meenemen naar huis waar je het kan weggooien.
5. Reizen met het openbaar vervoer was zoveel makkelijker en relaxter dan ik dacht.
Ik hou zo van het openbaar vervoer in Japan. We wisten dat we veel met het OV zouden gaan reizen, en ik moet zeggen, ik ben geen OV-held en ook zeker geen OV-fan. Ik pak liever de benenwagen, de fiets of een auto. Ik vind het vaak gedoe, met al die vertragingen enzo.
Nou, in Japan is dat dus anders. Alles is stipt op tijd, Google Maps geeft superduidelijke instructies over waar je precies moet zijn en – op de Shinkansen, de hogesnelheidstrein na – is het ook nog eens hartstikke goedkoop. Onze reizen met het openbaar vervoer in Japan verliepen helemaal vlekkeloos en relaxed en daar heb ik echt van genoten! Snel, schoon, stipt. Ik vond het top.
6. KitKat.
Ja, wow. De winkels in Japan liggen vol met allerlei verschillende KitKat smaken. Naast de gebruikelijke chocolade smaken, zijn er unieke smaken zoals zoete aardappel, groene thee, wasabi en zelfs sake. We hebben er heel veel geproefd (matcha is mijn favoriet) en we hebben er ook heel wat mee naar huis genomen. Dit vond ik zó lekker, haha. En echt leuk om al die verschillende smaken te proeven.
7. De frisdrankautomaten
Foto: Bianca Toeps
Een kleine ramp voor het milieu (want: kost superveel energie en al die flesjes zijn natuurlijk gemaakt van plastic), maar wel érg handig: de vending machines. Ik had er voor vertrek wel over gehoord, maar toen ik eenmaal in Japan was, verbaasde ik me vooral over de hoeveelheid ervan. Die dingen staan overal. Soms in groepjes bij elkaar, zodat je lekker veel aanbod hebt, stoms staat er een eenzame vendy in een park (wat echt een gek gezicht is, zo in het groen). Ze zien er soms ook echt tof uit, in Pokémon stijl of zo. We hebben er veel gebruik van gemaakt.
8. De speakers op sommige openbare toiletten
Meteen toen ik voet op Japanse bodem zette, werd ik ermee geconfronteerd: een Japans toilet met 2919 standen en verwarmde bril, én een speaker met het geluid van een kabbelend beekje en wat kwetterende vogels. Op sommige openbare toiletten kan je deze speaker aanzetten als je je behoefte aan het doen bent, zodat anderen niet kunnen meegenieten van de geluiden die jij fabriceert. Ik vind het vooral grappig, maar het is ook best wel handig eigenlijk. Ik maakte er dit filmpje over.
9. Restaurants zonder interactie
Bij Kura Sushi in Osaka
We zijn in enkele restaurants geweest waar je letterlijk 0 interactie hoefde te hebben met personeel. Bij binnenkomst trek je een nummertje en kan je naar je tafel. Aan tafel bestel je via een tablet. Het eten komt via een lopende band naar je toe. Afrekenen doe je door een bonnetje te scannen bij een computer, en ook daar hoeft geen mens aan te pas te komen. Dit blijkt in Japan een vrij normaal concept, wat ook bij enkele ramen(noodlesoep)-ketens gebeurt.
Het is natuurlijk een beetje gek, maar ik vond dit soms echt zó fijn als ik al overprikkeld was door alle gekte van de stad. Even eten zonder beleefdheden, zonder een gesprekje te ‘moeten’ voeren (wat erg lastig is als je de taal niet spreekt) en alleen met jezelf en je eten zijn.
10. Dat ik mijn sjaal terugkreeg die ik in de shinkansen liet liggen
Dé sjaal (in Osaka)
Ik hoorde vooraf al verhalen dat als je je telefoon laat liggen in de trein, dat je die ‘gewoon’ weer terugkrijgt. Want Japanners zijn nette mensen die rekening houden met anderen, en dus wordt je telefoon gewoon bij lost and found afgeleverd en kan je hem komen ophalen.
Goed, dit heb ik niet getest, maar ik heb het wél getest met mijn sjaal. Mijn grijze Acne Studios sjaal om precies te zijn, die ik al bijna 10 jaar heb, en waar ik aardig aan gehecht ben. En toch liet ik hem per ongeluk liggen in de shinkansen. Ik dacht (op z’n Hollands): die ben ik kwijt, jammer dan. Toen ik er op Instagram iets over deelde, zei Bianca (die in Tokio woont): ‘Die is vast gevonden. Zal ik er achteraan?’
Zo geschiedde: ze haalde mijn sjaal gewoon weer op bij de politie! Al kende ik het ‘verhaal’ dat je je verloren spullen in Japan altijd weer terugkrijgt, dacht ik echt dat dat niet zou gebeuren. Ik had er dus niet zoveel vertrouwen in dat ik hem terug zou krijgen, maar het lukte. Echt fantastisch. Ik houd van dit land. Je kan hier het hele avontuur lezen op de blog van Bianca.
Ik ga een magazine over onze reis maken! Tijdens de reis had ik bedacht dat ik niet een foto-album, maar een magazine ging maken, ook om aan vrienden en familie weg te geven die ook eens naar Japan willen (dat zijn er namelijk nogal veel, haha). Toen ik merkte dat er op Instagram zóveel toffe reacties kwamen, besloot ik eens te polsen of er interesse zou zijn voor het magazine… En dat bleek zo te zijn!
Je kan jezelf hier op de interesselijst zetten, dan hoor je het als eerste als je hem kan bestellen. Wanneer dat precies gaat zijn, weet ik nog niet 🙂