Op je bek: Marijn de Vries

Marijn de Vries (38) is ex-topsporter. En niet zomaar één. Op haar dertigste startte ze een experiment: kun je nog topsporter worden op die leeftijd? Zes jaar lang wielrende ze professioneel op het hoogste niveau.  Welke vier grote fouten maakte Marijn in haar leven en wat leerde ze daarvan?

Leestijd

Marijn is nu samen met Nynke de Jong hoofdredacteur van Pedala magazine, columnist voor cycling.be en Trouw, wieleranalist bij de NOS en geeft ze veel lezingen en clinics en organiseert ze fietsreizen in Spanje met aanstaande Frank.

Fout 1: Was ik maar eerder gaan fietsen!

‘Pas op mijn 28e kocht ik mijn eerste fiets en op mijn 30e begon ik met wedstrijden rijden. Mijn teamgenoten, meiden van rond de twintig, begonnen soms al op hun achtste. De meesten in ieder geval in hun tienerjaren. In mijn laatste jaar als prof keek ik naar die jonge meiden in de ploeg, en dan dacht ik: ‘Jullie hebben nog zóveel jaar voor je! Hoe mooi is dat?’ Iedereen is nu op trainingskamp, ik ben ergens wel jaloers dat ik zo weinig jaren heb gehad.

Aan de andere kant raken veel jongere wielrensters zo rond hun achttiende geïnteresseerd in andere dingen dan de sport. Ze willen studeren, uitgaan, een vriendje, veel met vriendinnen op stap: er gaat zo’n wereld voor ze open. Dat is het moment dat veel meiden afhaken, en misschien had ik dat ook wel gedaan. Al ben ik ook wel fanatiek genoeg van mezelf, als ik ergens goed in ben wil ik er mee doorgaan.

En: ik heb beide werelden gehad. Ik heb een vreselijk leuke studententijd gehad én een mooie wielercarriere. Maar toen ik zo jong was, wist ik niet eens dat ik wielrennen leuk zou vinden! Ik zag het niet eens als een optie. Iedereen in het dorp ging op voetbal of volleybal, dus ik ging ook op volleybal. Pas toen ik rond mijn dertigste met fietsen in aanraking kwam, ontdekte ik hoe leuk ik het vond, en hoe goed ik was. Dat had ik wel eerder willen ontdekken.’

Fout 2: Ik moet beter op mijn gevoel vertrouwen


‘Mijn ex-vriend en ik zijn bijna elf jaar bij elkaar geweest en we hebben te lang gewacht voor we uit elkaar gingen. Het ging al een hele tijd niet goed, dat wisten we allebei, daar praatten we veel over. Ik had al eens op het punt gestaan om bij hem weg te gaan, maar we hadden ook allebei het gevoel dat we dit niet zomaar op moesten geven. Daar ben ik ook mee opgevoed: het is niet altijd rozengeur en manenschijn, soms moet je voor elkaar vechten.
Dat heb ik heel erg voor ogen gehouden en dat heeft er voor gezorgd dat wij elkaar heel lang in een houdgreep hebben gehouden. Uit schuldgevoel en angst bleven we bij elkaar. Ik was al bij hem toen ik begon met wielrennen en door mijn wielercarriere werden veel dingen op de lange baan geschoven. Ik kreeg daar een schuldgevoel van: straks ben ik klaar met fietsen en dan zeg ik tegen hem dat we maar uit elkaar moeten gaan. Ik vond dat ik dat niet kon maken, hij had ook zíjn wensen en dromen uitgesteld voor mij.

De laatste twee jaar was voor ons allebei niet meer goed. Nu ik terug kijk gunde ik hem wat beters. Mezelf ook, maar hem vooral. Ik ben in die twee jaar echt niet zo leuk geweest en dat vind ik heel erg.
Dat zou ik nu anders doen. Tenminste, dat hoop je dan, he? Ik heb geleerd meer op mijn gevoel te vertrouwen. Mijn gevoel zei al zo lang: dit gaat niet verder zo. Dat redeneerde ik steeds weg. Het kan wel, het wordt vanzelf beter. Ik dacht: we kunnen niet bij elkaar weggaan, terwijl ik van binnen toch wel echt wist dat dit hem niet ging worden.’

Fout 3: Ik heb mijn studie geschiedenis weggegooid

‘Op mijn achttiende ging ik geschiedenis studeren in Groningen. Ik hield van de stad, had een erg leuke baan bij De Drie Gezusters en hing zelf ook graag aan de andere kant van de bar. Mijn studie vond ik erg interessant en ik was gek op geschiedenis, maar ik heb de meeste boeken niet eens open gehad. Ik denk dat ik letterlijk maar tien procent van mijn tijd aan mijn studie besteedde. Het enige wat ik deed was elke week naar de hoorcolleges gaan. Daar maakte ik goede aantekeningen en op basis van die colleges haalde ik mijn tentamens.
Nu heb ik daar echt spijt van. Een studie doe je voor jezelf, omdat je dat zelf wilt, omdat je het interessant vindt, en natuurlijk voor de toekomst. Ik ben nu journalist en ik ging juist geschiedenis studeren omdat je met kennis van het verleden het heden beter kan begrijpen en uitleggen. Dat mis ik nu soms in mijn werk. Had ik er toen maar meer aandacht voor gehad!

Wat ik er van geleerd heb is dat ik alles wat ik doe, hélemaal wil doen. Het scheelt dat ik veel verschillende dingen doe: ik ben snel afgeleid en kan me niet zo lang concentreren op één ding. Maar ik doe wel alles voor de volle honderd procent. Ik wil nooit meer zoiets zo half doen. Of niet eens half. Ik deed het maar voor een tiende. Dat vind ik nu echt jammer.’

Fout 4: Ik ben te lang voor een baas blijven werken

‘Ik zeg altijd: ik heb niet een autoriteitsprobleem, autoriteiten hebben een probleem met mij. Ik heb zo’n zeven jaar lang op een aantal verschillende plekken gewerkt en nergens kreeg ik de kans om mijn ambities en plannen te vervullen. Altijd liep ik tegen bureaucratische muren op. Ik kwam als jong meisje van 23 ergens werken. Ik zag mezelf als een hemelbestormende journalist, ik zat vol ideeën en plannen. Maar telkens was het: ‘Nee, dat kan niet. Nee, daar ben je te jong voor. Nee, daar heb je niet genoeg ervaring voor.’ Ik mocht dan het bureauwerk doen voor verhalen die ik bedacht, vervolgens ging een oudere journalist met meer ervaring ermee vandoor. Verschrikkelijk vond ik dat, omdat ik zeker weet dat ik het zelf kon.

Ik zat vast in de structuur van de bedrijven waar ik toen werkte. Ik voelde me totaal niet serieus genomen, ik was zo kwaad op die leidinggevenden dat ze me niet lieten doen wat ik kon. Maar ik snap ook wel dat zij ook met die structuur zaten, zo werkt het gewoon niet.

De weg naar ondernemerschap leek me te ingewikkeld. Ik wist niet hoe ik dat moet aanpakken. Het leek me eng, ik dacht dat ik niet genoeg werk zou hebben, want ik zag andere freelancers aanmodderen voor te weinig geld. Ik dacht altijd: als ik een andere baan heb, wordt het wel beter. Maar het werd nooit beter. Op elke plek liep ik tegen hetzelfde aan.

Toen ik ging wielrennen moest ik noodgedwongen zelfstandig aan de slag en dat is mijn redding geweest. Het wielrennen zelf was ook zo lekker, want in topsport kan je niet ambitieus genoeg zijn. Daar kon ik eindelijk al mijn ambitie kwijt. Ik had altijd het gevoel dat ik mijn ambitie en plannen nooit echt vrij mocht laten, en dat mocht ik eindelijk wél in het wielrennen. Tijdens mijn wielercarriere ben ik freelance als journalist gaan werken en ik wil nooit meer voor een baas werken. Ik had die stap echt véél eerder moeten nemen.’


Cynthia Schultz

Ik ben Cynthia Schultz en Cynthia.nl is mijn blog! Ik ben gek op eten, reizen, beauty, interieur, lezen, gadgets en daar blog ik over. Lees hier meer over mij.