1. Stoppen met fixen
Mijn eerste neiging is altijd om alles op te lossen. Nog even dit doen, nog even dat afronden, nog even reageren. Maar dat maakt het meestal alleen maar erger. Dus wat ik nu doe, is bewust stoppen met fixen. Laptop dicht, geen nieuw lijstje maken, niet proberen om overzicht te creëren. Gewoon even stilvallen. Dat voelt dan helemaal niet productief, maar wel precies wat nodig is.
Wat hierbij helpt: ik zet letterlijk een timer van dertig minuten en geef mezelf toestemming om even niets te doen. Geen telefoon, geen taken, geen input. Alleen dat korte moment zorgt er vaak al voor dat de spanning zakt en ik weer helderder kan denken.
2. Alles uit mijn hoofd op papier (Structuurjunkie Planner)
Op zulke momenten zit er simpelweg te veel in mijn hoofd om nog helder te kunnen denken. Ik pak mijn Structuurjunkie Planner en schrijf alles op wat blijft rondzingen. Gewoon alles eruit. Pas daarna kijk ik wat er echt belangrijk is, wat kan wachten en wat misschien helemaal niet hoeft. Alleen dat proces geeft al zoveel rust, omdat het niet meer allemaal in mijn hoofd hoeft te blijven zitten.
Daarna maak ik het praktisch door drie dingen te doen: ik zet een sterretje bij wat vandaag écht moet, ik streep door wat kan wachten en ik zet een vraagteken bij dingen waarvan ik niet eens zeker weet of ze nodig zijn. Ineens wordt het overzichtelijk en voelt het niet meer als één grote berg.
3. Mijn dag simpeler maken dan ik eigenlijk wil
Mijn eerste impuls is vaak: als ik vandaag gewoon even gas geef, trek ik het recht. Maar dat werkt voor mij dus meestal niet. Dus ik kies er bewust voor om mijn dag kleiner te maken. Eén belangrijke taak, één kleine taak, en verder ruimte. Meer niet. Dat voelt in het begin alsof ik achter raak, maar in werkelijkheid kom ik juist weer vooruit, omdat ik niet meer constant over mijn eigen grens heen ga.
Concreet betekent dat: ik kies één taak die het meeste oplevert als die af is, en plan daar een blok van bijvoorbeeld 60–90 minuten voor. Alles daarbuiten is bonus. Dit haalt de druk eraf en zorgt ervoor dat ik weer in beweging kom, zonder te overvragen.
4. Naar buiten (altijd)
Als mijn hoofd vol zit, moet mijn lichaam bewegen. Even wandelen, frisse lucht, geen podcast, geen muziek. Gewoon lopen. Het liefst zonder doel, dus niet omdat ik stappen wil halen, maar gewoon om even uit mijn hoofd te komen. Het is bijna cliché hoe goed dit werkt, maar elke keer weer merk ik dat ik rustiger en helderder terugkom.
Wat ik vaak doe, is een rondje van 20 tot 30 minuten, zonder doel. Ik laat mijn gedachten een beetje uitrazen. Vaak merk ik halverwege dat mijn hoofd rustiger wordt en dat dingen vanzelf op hun plek vallen. Het is simpel, maar het werkt vaak wel goed.
5. Afstand nemen
Soms zit ik zó in iets dat ik het niet meer helder zie. Nog langer doorgaan helpt dan niet. Dan ga ik even ergens anders zitten, haal ik een koffie buiten de deur of neem ik bewust een paar uur vrij. Die afstand zorgt ervoor dat dingen weer in perspectief komen en vaak zie ik daarna ineens wat wél belangrijk is en wat niet.
Een simpele regel die ik hierbij gebruik: als ik langer dan 10 minuten met iets aan het worstelen ben zonder vooruitgang, is het tijd om afstand te nemen. Vaak zie ik daarna in één keer wat de volgende stap is.
6. Ventileren (en soms gewoon even janken)
Niet alles hoeft meteen opgelost te worden. Soms moet het er gewoon uit. Even klagen, hardop zeggen wat er in je hoofd zit of inderdaad: even huilen.
Wat helpt, is het bewust te doen in plaats van het weg te drukken. Bijvoorbeeld door iemand te appen, even een voice memo op te nemen of het van je af te schrijven. Daarna voelt het vaak lichter en is er weer ruimte om verder te kijken.
7. Mijn concrete reset-stap als alles te veel voelt
Als alles door elkaar loopt, doe ik dit letterlijk:
Ik pak mijn planner en schrijf alles op wat in mijn hoofd zit. Daarna kies ik maximaal drie dingen voor die dag: één die echt moet, één die handig is en één kleine taak. De rest parkeer ik bewust voor later. Vervolgens plan ik één blok waarin ik aan die belangrijkste taak werk en verder laat ik de dag zoveel mogelijk open.
En heel belangrijk: ik accepteer dat dit genoeg is voor vandaag. En dat ik ook niet per se verder hoef te kijken dan vandaag.
Schrappen helpt ook. Afspraken verplaatsen of afzeggen (als het echt niet anders kan), de week lichter maken.
Dat is vaak het punt waarop de rust terugkomt.
Als mijn leven chaotisch voelt, is mijn eerste reactie nog steeds om harder te werken en alles te willen fixen. Maar de echte reset zit voor mij juist in het tegenovergestelde. Minder doen, rustiger aan en het weer overzichtelijk maken.
Als je dit leest en denkt: ja, dit herken ik, kies dan vandaag één van deze dingen. Zet een timer, pak pen en papier of trek je schoenen aan en ga naar buiten. Je hoeft het niet allemaal tegelijk op te lossen. Eén kleine stap is vaak al genoeg om de rust terug te brengen.