Ik heb me altijd heel erg schuldig gevoeld over hoe simpel het modellenwerk aanvoelde.
Je zou het kunnen vergelijken met de watch-you-step op Schiphol. Wanneer je ineens die koers te pakken hebt gaat alles drie keer zo snel, zonder dat je er zelf harder voor hoeft te werken.
Begrijp me niet verkeerd: heel vaak is modellenwerk echt hard werken. We kennen inmiddels het hele riedeltje; je maakt lange dagen – soms op een paar uur slaap – weet nooit zeker waar je je over twee dagen bevindt, en een dag lang poseren kan je qua intensiteit vergelijken met een dag lang presenteren.
Tegelijkertijd heb ik er nooit hard voor hoeven werken om het modellenwerk te kúnnen doen. Ik hoefde geen calorieën te tellen, of mezelf elke week te wegen. Zelfs sporten doe ik nog steeds alleen nog maar voor mijn mentale gezondheid en niet om kilo’s of vetrollen kwijt te raken.
Gaandeweg in mijn carrière kwam ik regelmatig meiden tegen die huis en haard hadden verlaten om zichzelf in allerhande bochten te wringen in de hoop op een spetterende carrière als model. Dan kwam ik de lobby binnen van één van mijn modellenbureau’s, opgewacht door 30 waanzinnig knappe vrouwen die stuk voor stuk hoopten dat vandaag de dag zou worden die hun leven zou gaan veranderen. En ik pakte gewoon de lift naar boven.
Het is eigenlijk nu pas dat ik leer om te gaan met dat schuldgevoel. En wellicht zeg ik dat over 15 jaar nog steeds.
In mijn verhaal op Substack vertel ik over hoe ik eigenlijk begonnen ben met modellenwerk omdat ik beter wilde leren fotograferen. Het was mijn voornaamste motivatie om me in te schrijven voor de modellenwedstrijd van de Fancy. Drie maanden later stond ik op de cover, en had ik contracten met zowel mijn moederbureau (destijds MAX Models) en alle agencies van IMG Models.
Wanneer ik mezelf vast wil gaan houden aan een gigantische jaarplanning probeer ik mezelf steeds weer hieraan te herinneren. Het is ook eigenlijk niet te doen.
Terugkijkend zijn andere key elementen mijn exclusieve optie (dat betekent dat je geen shows loopt voor andere merken) voor de show van Prada. Dat ook weer een soort van toevalligheid was.
Na het winnen van de modellenwedstrijd van Fancy wachtte me een bezoekje aan Parijs voor wat castings, foto’s en de officiële inschrijving bij het bureau. Je ontmoet dan ook even de boekers van de nieuwe talenten (puppy-modellen) en leert de omgeving een beetje kennen.
Dat verkennen en die castings opzoeken ging met een boekje met kaarten. Ik heb hem nog steeds, net als die van Milaan en New York etc. Je kan je het al haast niet meer voorstellen, maar je ging hier dus het adres opzoeken in een KAART en dan vervolgens die kant op. (Omdat ik nog hartstikke minderjarig was deed ik dat natuurlijk niet alleen, maar netjes onder begeleiding.)
Tijdens één van mijn bezoekjes aan IMG in Parijs was Russel Marsh aanwezig voor een casting van Prada (hij was destijds casting director). Eigenlijk on the spot werd me gevraagd of ik het zag zitten om daar even binnen te lopen.
En ook daar werd ik even naar binnen geschoven voor alle wachtende modellen langs om kennis te maken met Russel. Hij stopte niet meer met foto’s maken en een aantal maanden later werd duidelijk dat Prada me graag wilde boeken voor hun show.
Het is dé droomstart die je als model zou willen maken. En ik zei nee.
In de kern was dat een onderbuikgevoel – simpelweg gut feeling. En mensen die mij echt goed kennen weten dat mijn onderbuikgevoel vaker wel dan niet, best wel eigenzinnig is. Die eigenzinnigheid is in de jaren daarna vaak ook mijn redding geweest.
In mijn interview vorige week heb ik al verteld hoe mijn leven op 19-jarige leeftijd weer een compleet andere wending nam toen ik van de ene op de andere dag ineens aanvallen kreeg van clusterhoofdpijn. Terwijl ik dit schrijf is dat inmiddels alweer 10 jaar geleden.
In die 10 jaar heb ik periodes gekend waarin het echt heel erg slecht ging. Weken waarin ik dagelijks 8 aanvallen of voor m’n kiezen kreeg. Ook heb ik een periode gekend waarin de aanvallen voor anderhalf jaar weg waren en ik langzaam alweer begon te dromen van intercontinentale reizen.
Ik heb periodes gekend waarin ik de aanvallen heel goed onder controle had, maar het nooit – ook voor je gevoel – echt helemaal weg was. En uiteindelijk is er altijd wel weer een moment geweest waarop die ogenschijnlijke stabiliteit weer overhoop werd getrokken; een allergische reactie op de medicatie, of simpelweg verergering van de aanvallen zonder duidelijke oorzaak.
Omdat grote veranderingen in de luchtdruk een aanval kunnen triggeren heb ik standaard na het opstijgen bij elke vlucht een aanval – tenzij ik op dat moment de clusterhoofdpijn echt goed onder controle heb. Omdat clusterhoofdpijn patiënten relatief veel zuurstof nodig hebben tijdens een aanval wordt een aanvraag voor zuurstof door de vliegtuigmaatschappij altijd afgekeurd (en je mag niet je eigen tanks meenemen).
Een Argentijnse opdrachtgever had grote moeite om te begrijpen dat ik niet die kant op kon vliegen omdat ik het in die periode niet aandurfde om 14 uur in een vliegtuig te zitten zonder zuurstof.
Kortom; de afgelopen 10 jaren zijn een chaos geweest en ik mag in mijn handjes knijpen dat ik toch nog zoveel heb kunnen doen! Heel, heel erg veel dank daarvoor gaat ook uit naar de loyaliteit en het doorzettingsvermogen van mijn lieve boekers en bureau’s.
In deze serie reflecteer ik op de afgelopen 10 jaar en alle vreemde dingen die ik heb meegemaakt in de modewereld, zonder clusterhoofdpijn en met.
Ik hoop dat je het blijft lezen <3
Wil je op de hoogte blijven van wat ik het aankomende jaar doe? Volg me dan op Instagram @femke.oosterkamp (voor Engels), @gewoongoedesollicitanten (voor Nederlands) en/of subscribe op mijn Substack: femkeoosterkamp.substack.com .