Klik hier voor twee weken toegang tot de beste structuur- en focusworkshops voor €5

Over mijn therapie

In deze video vertel ik over de therapie die ik volgde van oktober tot februari. Ik kreeg daar een aantal reacties op van mensen die hier wel iets meer over wilden lezen. Vandaag vertel ik je over waarom ik praatte met een therapeut, welke therapie ik kreeg en wat ik daar aan heb gehad.

Leestijd

Deze blogpost heb ik vaak herschreven, ingepland en toch weer naar voren geschoven. Vanochtend kwam deze onaf online, dus het kan zijn dat je nu een iets andere versie leest dan vanochtend vroeg.

Naar de huisarts

In september 2017 ging ik naar mijn huisarts. Ik zat niet lekker in mijn vel, was voor mijn gevoel weer vreselijk over mijn grenzen heen gegaan, was moe, had weinig energie en mijn emmer stroomde constant over. Ik stond bij wijze van spreken al te janken als ik mijn teen stootte. Ik vertelde haar ook dat ik elk jaar op zo’n punt beland, dat ‘alles even teveel is’. Werk, privé, reacties online: elk jaar is er een moment dat ik het even niet trek. Niet dat ik dan niks meer kan, maar er is even een grijze wolk. Ik moet dan weer even ‘een stapje terug doen’. Ik ben mezelf dan even niet. En in die periodes trek ik me vreselijk veel aan van al die meningen en al die mensen die aan me staan te trekken. Daar was ik best wel klaar mee. Hoe kan het toch dat ik elk jaar in zo’n terugkerend dalletje terecht kom? Niet dat ik er niet uit kom. Elke keer doe ik een stapje terug, doe ik even rustiger aan en dan is alles weer prima. Maar het jaar erop is het weer zover. Het zou mooier zijn als dat dalletje er niet was. Of als dat dalletje in ieder geval iets minder diep wordt.

Zij verwees me meteen door naar de GGZ-praktijkondersteuner. Na drie weken kon ik bij hem terecht. Fijn aan zo’n praktijkondersteuner is dat hij gewoon bij mijn huisartsenpraktijk zit. Ik hoef (nog) niet doorverwezen te worden naar een externe psycholoog (waar vaak lange wachttijden voor zijn). Nee, ik kan gewoon bij mijn eigen praktijk terecht. Het idee van deze gesprekken: even kijken wat er aan scheelt, en dan kijken of ik dat met de praktijkondersteuner aan kan pakken of dat er een doorverwijzing nodig is.

Cognitieve gedragstherapie

Bij het eerste gesprek met mijn therapeut ging het vooral over wat er nu eigenlijk aan de hand was. Hoe voel ik me? Hoe uit zich dat? Hoe vaak is dat zo? Is het misschien seizoensgebonden (nee)? We bespraken nog veel meer van dit soort zaken.
Al meteen was duidelijk welke soort therapie ik zou krijgen: cognitieve gedragstherapie. Bij deze therapie staan cognities (gedachten, fantasieën, herinneringen en opvattingen over gebeurtenissen) centraal. Cognitieve gedragstherapie gaat er vanuit dat negatieve gevoelens niet komen door een gebeurtenis, maar door de denkpatronen. Dus ik voel me niet kut door datgene wat gebeurt, maar door mijn gedachten erover. Daar zouden we mee aan de slag gaan.

Ik kreeg huiswerk mee: ik moest een paar tests doen, en in het volgende gesprek bespraken we de uitkomsten. Deze uitkomsten verbaasden me niet heel erg. Zo blijkt uit deze test dat ik erg veel behoefte heb aan goedkeuring en respect en ik heb een zekere mate van faalangst. Met de opdrachten die ik daarna voor elke sessie ging maken met het RET-schema, pakte ik daarop terug. Veel van de gedachten die ik heb, zijn te herleiden naar de uitkomst van deze tests.

RET-schema

Na de eerste sessie kreeg ik een opdracht mee. De eerstvolgende keer dat ik ergens door overstuur raakte, vulde ik het RET-schema in. Natuurlijk niet op het moment dat ik jankend stond te stampvoeten, maar daarna, als ik kan reflecteren. Via het linkje zie je hoe dat schema werkt. Kort gezegd kijk ik naar de situatie, hoe ik daarop reageerde en wat mijn gedachten waren. Op die manier werd het helder waardoor ik zo overstuur raakte. Vervolgens bedenk ik wat mijn gewenste gedachten zijn. En dan wel realistisch. Dus stel, ik denk ‘Ik ben een verschrikkelijke mislukkeling, ik doe alles verkeerd’ dan is het niet zo realistisch dat ik dat kan ombuigen naar ‘Wat ben ik toch een fantastische, geweldige, sterke vrouw. Ik kan alles’. Wat wel realistisch is: ‘Ik heb iets fout gedaan. Dat is vervelend, maar geen drama. Fouten maken is oké.’ Iets in die richting.

De kunst is vervolgens om deze gedachtegangen waar ik gefrustreerd of boos van word om te draaien op het moment dat het gebeurd. Dat lukte in het begin nooit, nu lukt het steeds vaker en steeds beter. Het lukt me inmiddels aardig goed om na te gaan wat er in mijn hoofd gebeurt, hoe ik denk. Steeds vaker kan ik mezelf terugfluiten en die gedachtegang beïnvloeden.

Ik vind het lastig concrete voorbeelden uit mijn therapie te geven, omdat ze allemaal best privé zijn. Een simpel voorbeeldje kan een lullige reactie op social media zijn. Daar kon (en kan ik soms nog steeds, al gaat het zoveel beter nu) helemaal gefrustreerd door raken. Dan word ik boos en denk ik dingen als ‘het is verdorie ook nooit goed’ en ‘zie je, ik doe alles altijd verkeerd’. Als ik even ga relativeren en dingen probeer te denken als ’tja, ik vind het niet leuk, maar iemand mag dingen van mij stom vinden’ dan voel ik me al veel minder boos. Of ‘ik vind het niet leuk, en dat is oké, maar misschien heeft deze persoon een rotdag en ik laat me daar niet door beïnvloeden.’ Dit klinkt heel afgezaagd, maar het lukt me nu dus vaker om dit al op voorhand te denken dan dat ik het achteraf moet gaan relativeren. Dit lukt niet altijd hoor, soms raak ik nog steeds enorm boos of gefrustreerd door dingen – wat denk ik heel normaal is – maar echt maar 10% van hoe het vorig jaar september was.

De sessies

Elke sessie bespreken we zo’n door mij ingevuld RET-schema. De ene keer gaat dat heel snel, de andere keer zijn we er een heel uur mee bezig, om te doorgronden waarom ik op deze manier denk en hoe dat anders kan. Dat is soms heel confronterend, en soms loop ik vast. Dan kan ik niet meer uitleggen of doorgronden waarom ik op een bepaalde manier denk.

Wat ook heftig kan zijn is dat ik alles uit moet leggen. Als ik binnenkom en mijn therapeut zegt: ‘Hey Cynthia, hoe gaat het met je?’ en ik zeg ‘Prima’ dan zegt hij ‘leg eens uit?’. Als ik uitleg dat ik me ergens boos, gekwetst of angstig door voelde, moet ik uitleggen waarom. Op die manier leer ik zelf waar deze gedachten vandaan komen, en hoe mijn denkpatronen werken.

In december vroeg hij wat voor cijfer ik aan mijn afgelopen week zou geven. Een zes, zei ik. Want ik had voor het eerst sinds een hele tijd weer twee hele dagen gewerkt, en daar was ik heel moe van. Ik vond dat ik dat inmiddels wel weer op een normale manier moest kunnen, ik ben toch geen oma?
Hij zei tegen me: ‘Als ik jou was geweest had ik mezelf een negen gegeven. Je bent net vorige week teruggekomen uit Curacao, dus je hebt een jetlag en je bent moe van die reis. Je hebt twee hele dagen gewerkt, wat je al tijden niet gedaan hebt, en dat ging goed. Je was moe, maar het ging goed. Dat is dan toch een negen waard?’ Verrek. Wat ik leg ik de lat toch hoog voor mezelf. Door dit soort dingen leer ik mezelf beter kennen – en soms beter begrijpen. Ik begrijp vooral veel beter waardoor ik me soms zo kut voel, en waardoor ik soms zo moe ben.

Wat ik heb geleerd door mijn therapie

Ik ben inmiddels klaar met mijn sessies en heb daar enorm veel van geleerd. Sowieso vond ik het erg interessant om te leren over cognitieve gedragstherapie en RET. Ik heb er baat bij en het werkt voor mij. Niet altijd, maar  toch wel vaak.

Mijn therapeut zei in de eerste sessie al tegen me: ‘Heb jij door hoe vaak jij ‘moet’ in een zin zegt?’ Ik moet vreselijk veel van mezelf en straf mezelf als ik al die dingen niet doe of kan. Daarmee zit (en/of zat) ik mezelf erg in de weg. Ook wil ik graag dat iedereen me leuk vindt en dat iedereen mijn werk goed vindt. Ik wil dat iedereen tevreden is. Dat kan natuurlijk niet. Aan de ene kant wil ik heel graag mijn eigen plan trekken en schijt hebben aan wat iedereen denkt, maar ondertussen vind ik het heel belangrijk wat mensen van me denken. Dat is heel tegenstrijdig. Dat kost me erg veel energie en dat draagt erg bij aan dat ik elk jaar in die dip terecht kom.

Hier hebben we het veel over gehad. Waarom maakt het iets uit wat die ene random onbekende persoon over mij denkt? Wat maakt het uit dat iemand mijn werk niet leuk vindt? Wat maakt het uit als ik iets verkeerd doe of een fout maak? Wat maakt het uit als een klant niet tevreden is? In gesprekken met mijn therapeut bleek dan toch elke keer: dat maakt niets uit. Ja, het is misschien een beetje vervelend. Maar het is geen ramp en mijn wereld stort niet in. Het zegt niks over mij. Ik leerde door dit soort dingen mijn denkpatronen te snappen (of juist te ontdekken dat ze nergens op slaan) en het gebeurt dan ook vaak dat ik heel hard moet lachen en zeg: ‘Het slaat ook nergens op, wat ik denk.’
Toen mijn boek uitkwam en ik zat te stressen of ‘iedereen het wel leuk vond’, zei hij: ‘Vind jij jezelf dan zo fantastisch dat je denkt dat íedereen jouw boek goed vindt?’ Mijn eerste reactie was: ‘Nee, natuurlijk niet!’ ‘Want dat is eigenlijk wat je dan denkt: iedereen moet mijn boek leuk vinden. Dan moet je wel helemaal geweldig zijn.’ Dat drukte me wel met mijn neus op de feiten, want zo denk ik helemaal niet. Ik ben juist eerder wat onzeker dan dat ik denk dat iedereen mij een fantastisch mens vind dat fantastische dingen doet.

Dat klinkt natuurlijk allemaal heel mooi, maar het kost tijd en energie om dit in de praktijk te brengen. Dat lukt de ene week of dag beter dan de andere keer. Al deze denkpatronen zitten aardig vastgebakken in mijn hoofd en het kost oefening om ze los te weken. De gesprekken en oefeningen die ik zelf doe helpen me te relativeren, er om te lachen en vaak om mijn gedachten in andere banen te leiden waardoor ik me beter voel. Het gaat echt niet altijd goed, en ik voel me zeker nog wel eens boos, angstig of verdrietig, en dat vind ik ook helemaal niet erg. Maar er zit een grote vooruitgang in en dat vind ik heel fijn. In februari had ik mijn laatste sessie en sindsdien merk ik dat ik nog steeds veel leer: het blijft gewoon oefenen, oefenen, oefenen.

Ik hoop dat ik zo een beetje heb kunnen uitleggen wat mijn therapie inhoudt en hoe het werkt. Ik vind dat ik veel eerder op deze manier hulp had moeten zoeken, want het had me een hoop gedoe gescheeld. De stap om met zoiets naar de huisarts te gaan is toch best groot, maar ik ben mezelf nu dankbaar dat ik deze stap in september gezet heb. Als jij met iets zit wat je dagelijkse leven (en humeur) erg beïnvloedt, vergeet dan niet dat het juist heel stoer en goed is om dit te erkennen en hulp te zoeken. Je bent niet gek. Je gaat toch ook naar de fysio als je last hebt van je knie, waarom dan niet naar een therapeut als je last hebt van je hoofd? Makkelijk gezegd natuurlijk, want ik vond het ook lastig.

Het gaat nu veel beter met me, ik werkte van oktober tot en met december halve dagen, ik werk sinds begin dit jaar driekwart dagen en per 1 mei ga ik weer volledige dagen werken. Ik zit lekkerder in mijn vel, laat me minder snel uit het veld slaan en ben niet meer zo vaak heel boos, heel gefrustreerd of heel angstig. Ups en downs blijven, maar ik ben er ook helemaal niet op uit om dat uit te vlakken. Er valt nog veel te leren, maar voor nu kan ik zeggen: het gaat echt weer heel goed. En daar ben ik echt blij om!

Als je vragen hebt, laat het me weten, ik praat heel open over mijn therapie.
Respectloze, haatdragende of anderszins kwetsende reacties verwijder ik. Doe dus geen moeite. 🙂 


Cynthia Schultz

Ik ben Cynthia Schultz en Cynthia.nl is mijn blog! Ik ben gek op eten, reizen, beauty, interieur, lezen, gadgets en daar blog ik over. Lees hier meer over mij.